Boy eating chocolate letter
since the end of the 19th century chocolate letters were given
De grootste verzameling over chocoladeletters op het internet is uitgebreid. Onderstaande 5 linkjes geven u toegang tot een rijk en gevarieerd beeldarchief rond dit oerhollandse fenomeen. U vindt er onder andere afbeeldingen van oude advertenties, talloze verpakkingen en natuurlijk chocoladelettermallen uit diverse perioden.

-> Advertenties
-> Doosjes met de letter I
-> Chocoladelettermallen
-> Recente doosjes
-> Oude doosjes
-> Chocoladeletters op flikr.com

Voor actueel nieuws kunt u ook terecht op ons Blog

De fabrieksmatige productie van chocoladeletters begon rond het einde van de 19e eeuw.

In het in 1899 verschenen ‘Woordenschat’ met door Taco H. de Beer en Dr. E. Laurillard verzamelde verklaringen van woorden en uitdrukkingen staat onder het lemma chocolade-letters: ‘groote, lange, zwarte letters, waarmeede de naam van een artist of leverancier op aanplakbiljet, affiche enz. staat uitgedruct’. Blijkbaar was de chocoladeletter rond de eeuwwisseling al zo’n vertrouwde verschijning dat het een typografisch begrip was geworden.

De archetypische chocoladeletter is een Egyptienne. Deze letter heeft zware en grote schreven, geen dunne stukken en is daardoor minder kwetsbaar. Volgens letterontwerper Gerard Unger was de Egyptienne tijdens de industriële revolutie populair en destijds daarom een voor de hand liggende keuze.

Tot de jaren dertig was volgens Unger ook de bamboeletter populair, een schreefloze letter met knikken. Deze vaak mooi gedecoreerde letters worden nog verkocht door banketbakkers.

Vroeger werden letters gegoten in metalen vormen Een van de belangrijkste leveranciers van de ijzeren gietvormen was de Vormenfabriek in Tilburg. Tegenwoordig zijn de vormen van kunststof.

De Egyptienne is nog steeds de chocoladeletter, al maakte Droste zijn klassieke letters vorig jaar wat ronder: ‘net iets lekkerder in de mond’. Verkade probeerde het een paar jaar geleden met een digitale chocoladeletter, maar deze moderne variant wordt inmiddels al niet meer gemaakt. Theo Kalf van het Verkademuseum weet wel waarom: “De digitale letter had breekrandjes, zodat je er makkelijk stukken af kon breken. Ik heb liever een gewone letter. Als je daar een stukje afbreekt is dat altijd net iets groter dan je bedoelde”.

In België wordt wel het sinterklaasfeest gevierd, maar is het geen gebruik om chocoladeletters te geven. Chocoladeletters worden volgens Gerard Unger ook in Duitsland en Oostenrijk gemaakt. “Deze gespoten letters worden daar rond oudjaar, Silvesterabend, verkocht.”

Lang voor de chocoladeletters bestonden in Nederland al koekletters en natuurlijk banketletters. In een gedicht uit 1857 van J.J. Goeverneur krijgt kleine Jan ‘zijn naam J.A.N. heel in banket’. Ook is er voor hem een ‘cigaar van chocola’, maar geen chocoladeletter. Koekletters kamen al voor op eetstillevens uit de zestiende en zeventiende eeuw. Verkade maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog bij gebrek aan chocola letters van taaitaai.

De traditie van eetbare letters zou volgens Frits Booy in ‘Sint Nicolaas van A tot Z’ teruggrijpen op het gebruik op middeleeuwse kloosterscholen leerlingen te leren schrijven met behulp van losse letters van brooddeeg, die als beloning mochten worden opgegeten. Een andere verklaring die Booy aanvoert is de gewoonte uit de negentiende eeuw om sinterklaasgeschenken met een laken te bedekken met daarop de beginletter van het kind, gemaakt van brooddeeg.

De M is de meest verkochte chocoladeletter, want het is de M van Moeder en Mama. Vermoedelijk is er ook hebzucht in het spel Hoewel alle letters echt even zwaar zijn, lijkt de M toch groter. In de jaren vijftig werd de J nog het best verkocht. Volgens een in 1959 verschenen artikel van G. W. Ovink in het blad Delta had dat vooral te maken met de grote populariteit van voornamen als Jan, Johannes, Jaap en al hun varianten. Na de J kwam destijds de M sterk opzetten. Volgens Ovink had die populariteit te maken met de geboorte van de prinsessen Margriet en Marijke.
Behalve de M worden tegenwoordig ook de S van Sint en de P, van Piet en Papa, goed verkocht. Bij Droste deed de R het vorig jaar ook heel goed. Commercieel directeur Henk Bijma: ‘We houden elk jaar wel in de gaten wat de letters doen. Zo hielden we vorig jaar heel veel over van de G, dus daar hebben we er dit jaar minder van gemaakt.”

Naar schatting produceren de chocoladefabrieken jaarlijks 12 tot 14 miljoen chocoladeletters. Zestig tot zeventig procent is melkchocolade. Alleen al bij Droste in Vaassen worden jaarlijks zo’n 3,5 miljoen chocoladeletters gemaakt. Droste verkoopt alleen maar Droste-letters, maar bij Baronie-De Heer in Alphen aan den Rijn worden ook letters voor derden, zogenoemde private-Iabels, gemaakt.

Binnen een gewichtsklasse zijn alle letters even zwaar, al willen sommige ontvangers daar maar moeilijk aan. Om op hetzelfde gewicht te komen worden bijvoorbeeld bij een T de stokken dikker gemaakt dan bij de M. Een I zou veel te lomp uitvallen, reden voor de meeste fabrikanten om deze letter maar uit het assortiment te laten. Baronie / De Heer lost dit probleem op door in één doos twee I’s te verpakken.


De meeste fabrikanten maken niet het complete alfabet. Zo laat Droste behalve de I ook de U, X, Y en Z weg. Henk Bijma: “Over die Y heb ik wel eens ruzie met mijn vrouw, want die heet Yvonne. Ik denk daarom dat we de Y wel als eerstvolgende letter aan het assortiment toe zullen voegen.” Bij Albert Heijn is wel het gehele alfabet te koop. Baronie/De Heer levert alleen complete alfabetten aan derden.

Voor diabetici is er slechts de S van Suikerziekte.

Bij Bonbon Jeannette in Amster dam maken ze op bestelling Hebreeuwse letters. Deze worden niet gegoten maar gespoten, van suikerarme roomchocolade.

De K, de L en de T breken bij Droste het vaakst in de vorm. De stokken zitten bij deze letters slechts op één punt aan elkaar vast.

De ribbeltjes op de letters zijn niet puur voor de decoratie. Hierdoor lossen de letters makkelijker uit de vorm. Ook maskeren de ribbeltjes koelvlekken en beschadigingen op het chocoladeoppervlak.

Albert Heijn begint volgend jaar een maand later met de verkoop van chocoladeletters. Dit jaar waren de letters en andere sinterklaaslekkernijen al vanaf eind september te koop. Ingrid Peskens uit Utrecht hoort haar kinderen rond die tijd nog liever niet ‘Kijk eens wat ik in mijn schoentje vind’ zingen. Ze bood op het AH-hoofdkantoor in Zaandam een protestlijst aan met 2700 handtekeningen, waarop AH beloofde dat de letters volgend jaar pas twee weken voor aankomst van de Sint in de schappen zullen liggen.

HANS HOEKSTRA

Bron: Het Parool van 14 november 1998.

Mocht u materiaal hebben, een adres of nuttige informatie over dit cultuurhistorische onderwerp, dan verzoek ik u vriendelijk via dit reactieformulier een bericht te sturen. Dank u wel!

chocoladeletter verpakkingen